Adviescollege Verloftoetsing TBS

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Adviescollege Verloftoetsing TBS

Het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) is een onafhankelijk college dat alle verlofaanvragen van tbs-gestelden inhoudelijk toetst en vervolgens van een advies aan de minister van Justitie voorziet. Het college is opgericht naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rapport 'TBS, vandaag over gisteren en morgen' van de parlementaire commissie-Visser.

Sinds 1 januari 2008 toetst het AVT alle door de Forensisch Psychiatrische Centra ingediende aanvragen voor verlof van tbs-gestelden. Het adviescollege brengt hierover advies uit aan de minister van Justitie. Het kan gaan om vier soorten van verlof: (beveiligd) begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal verlof of proefverlof.

De belangrijkste vraag die het adviescollege dient te beantwoorden, is of het toekennen van verlof aan een tbs-gestelde verantwoord is. Het adviescollege voert bij het beantwoorden van deze vraag een inhoudelijke toets uit, waarbij eerst vanuit het perspectief van de deskundigen beoordeeld wordt welke risico’s aan een bepaalde verlofaanvraag zijn verbonden. Tevens worden de criteria uit het zogenaamde Verlofregeling TBS (24 december 2010) toegepast.

In overeenstemming met dit kader moet de kliniek een verlofaanvraag volgens een vaste boxenindeling indienen. In deze boxen wordt aandacht besteed aan onder meer:

  • het indexdelict (het delict dat tot het opleggen van de tbs maatregel heeft geleid);
  • de delictanalyse;
  • de diagnostiek;
  • het behandelplan dat de kliniek voor ogen heeft en de plaats van het verlof daarbinnen;
  • de risicoanalyse (de klinische overwegingen en resultaten van de risicotaxatie die samen leiden tot interpretatie en weging van de risicofactoren) en
  • het risicomanagement.

Het verlof dat door het adviescollege wordt getoetst, staat in het teken van resocialisatie: de terugkeer van de tbs-gestelde in de samenleving. Het adviescollege motiveert zijn adviezen aan de hand van bovengenoemde criteria en brengt vervolgens advies uit aan de minister van Justitie.

Het adviescollege kan indien het dat nodig vindt een zogeheten second opinion laten uitbrengen alvorens een advies te geven. Hierbij wordt met tussenkomst van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) aan één of twee deskundigen gevraagd te onderzoeken of het gevraagde verlof verantwoord is. Daarbij kan de deskundige onder meer het behandelbeleid van de kliniek onderzoeken.